
Het Leerquadrant
25 januari 2024Dominantie Bij Paarden
Verwilderde paarden leven in kuddes die bestaan uit een hengst, een alfamerrie en nog wat andere merries met hun veulens. En binnen domesticatie zie je in samengestelde groepen altijd wie de meest dominante is en de volgorde van meest naar minst dominante. Paarden hebben een leider nodig, dus het is belangrijk dat jij zorgt voor een dominante houding naar het paard, anders gaat het paard zich dominant gedragen over jou. Of… is dit eigenlijk allemaal wel zo? De dominantietheorie heeft door de jaren flink wat voeten in de aarde gekregen en zelfs behouden, ondanks vele kritieken. In deze blog leg ik je uit wat de dominantietheorie precies is, hoe die tot stand is gekomen, wat de kritieken zijn en hoe we ernaar kunnen kijken in de dagelijkse praktijk.

Herkomst en definitie
De dominantietheorie gaat uit van een ‘pecking order’ – en dat is niet zomaar. Deze theorie is namelijk in eerste plaats ontstaan door te kijken naar kippen. In 1922 introduceerde Schjelderup-Ebbe de term ‘Dominance Theory’, nadat hij kippen had geobserveerd. Hij ging uit van een lineaire orde in de groep kippen; degene die het meeste pikte op de rest was de meest dominante kip en degene waar het meeste op werd gepikt was de meest onderdanige. Daarom werd het de ‘pecking order’ genoemd. De meest dominante dieren hadden toegang tot de meeste levensbehoeftes en dat klonk dusdanig logisch dat deze theorie werd overgenomen naar andere diersoorten; zeker in situaties waarbij er schaarste heerste over die levensbehoeftes.
De meest geaccepteerde definitie van de dominantietheorie is alsvolgt:
“Een attribuut van het patroon van herhaalde agonistische interacties tussen twee individuen, gekenmerkt door een consistente uitkomst in het voordeel van hetzelfde dyade-lid en een standaardreactie van de tegenstander in plaats van escalatie.”
Het gaat er dus om dat bij herhaalde interactie een individu macht wordt toebedeeld, waardoor dit individu consistent in het voordeel is ten opzichte van de ander, die niet escaleert en dus maar gehoorzaamt aan de ander. Er zijn meerdere gedragingen die hierbij gezien worden:
– dominante individuen laten consisten agressie zien richting de onderdanige individuen en de onderdanige individuen laten hun onderdanigheid zien aan de dominante individuen;
– gericht gedrag is niet afhankelijk van de context;
– deze relaties blijven zo voor aanzienbare tijd;
– dieren in deze relaties ontwikkelen formele gedragssignalen om meer agressie te vermijden.
In 1967 volgde een onderzoek van Schenkel, die wolven had bestudeerd in gevangenschap. Schenkel concludeerde dat wolven gemotiveerd waren om omhoog te klimmen in de hiërarchie, die geleid werd door de ‘alfa’. Deze theorie werd ook weer overgenomen naar andere diersoorten en zeker naar honden. En zo werden er hele trainingsmethodes gebaseerd op dit onderzoek, ondanks dat de wetenschappers die aan dit onderzoek hadden gewerkt zelf al hadden aangegeven dat er fouten zaten in het onderzoek en dat de conclusie daarom ook niet kloppend was.
Dominantie bij paarden
Echter werd de dominantietheorie inmiddels ook al populairder in de paardenwereld. Paarden zouden passen in het model van de dominantietheorie en men hunkerde ernaar om op een meer ‘natuurlijke’ manier met paarden om te gaan. Natural Horsemanship werd steeds populairder en veel van de NH-training was gebaseerd op de dominantietheorie. Het werd belangrijk om “respect” te krijgen van het paard door je “dominantie” vast te stellen en zo de “leider” te worden van de “kudde”. De termen die tussen aanhalingstekens staan worden in de praktijk op deze manier anders gebruikt dan in de wetenschap.
Laten we ermee beginnen dat paarden bij de mens nooit in een kudde leven, maar in een samengestelde groep van soortgenoten. Soortgenoten, dus paarden. Een paard weet echt wel het verschil tussen een paard en een mens. De term “dominant” wordt vaak gegeven aan paarden die regelmatig agressief of ongewenst gedrag vertonen. In het wild zijn paarden zelden echt agressief; ze zijn juist erg conflictvermijdend, ook omdat ze heel energiezuinig zijn en agressief gedrag kost veel energie. Paarden hebben een scala aan kalmerende signalen, die langzaam opbouwen tot stresssignalen, overspronggedrag en afstandsvergrotende signalen, alvorens ze overgaan op fight. Paarden bij de mens die regelmatig agressie laten zien hebben zeer waarschijnlijk erg veel stress en dit gedrag is dan ook geen dominant gedrag, maar verstoord gedrag. Wetenschappelijk gezien beschrijft de term “leiderschap” een individu die beweging initieert, waardoor de rest volgt. In de NH-training wordt een stilstaand/weigerend paard gezien als ongehoorzaam aan het leiderschap en dus worden er allerlei voor het paard vervelende technieken uit de kast getrokken, om de dominantie weer vast te stellen bij de trainer en te zorgen dat het paard die persoon ziet als leider en dus volgt – no matter what. Wellicht is dit effectief om het gewenste gedrag te zien, maar het gaat wel ten koste van het zenuwstelsel en de homeostase van het paard, die door dit soort conflicten erg veel stress kan ervaren. En als we kijken naar respect, dan is dit een overschatting van het paard. Als een paard ongewenst gedrag laat zien, dan is dit niet omdat het paard disrespect naar de trainer voelt. Als een paard niet het gewenste gedrag laat zien, dan moet je je afvragen of het paard het gevraagde wel kan, snapt, durft en wil doen. In tegenstelling tot het paard kunnen wij wél veel nadenken over concepten als “respect” en volgens mij is het zo dat je normaliter respect krijgt door respect te geven. Dus zelfs al denk je dat paarden kunnen denken over “respectvol gedrag” en ernaar kunnen handelen, dienen wij dan niet in de eerste plaats respect te tonen aan het paard en diens behoeftes en grenzen?
Wat dan wel?
Terug naar onderzoeken over dominantie. Ik heb het net al gehad over het onderzoek van Schenkel in 1967, die inmiddels allang niet meer wordt onderschreven door de wetenschappers zelf. In 1999 kwam Mech met een nieuw onderzoek gericht op wolven. Die zag dat wolven geen lineaire hiërarchie hadden, maar dat de hele familiegroep een samenwerkend geheel was. Ook werd het duidelijk dat het dominante gedrag helemaal niet zo vast stond als eerst werd gedacht. Het verschilde per keer welk dier dominant gedrag liet zien en richting welke andere dieren dat was. De wolven leefden in harmonie met elkaar en vermeden agressie. Per keer nam een andere wolf de leiding, ten goede van de groep. En inmiddels weten we dat dat bij paarden niet anders is. Het ene moment leidt de ene merrie de kudde naar het water, het andere moment leidt een andere merrie de kudde naar een goede schuilplek, om maar wat te noemen. En ook al staan onze paarden niet in echte kuddes en heerst er vaak verstoord gedrag in samengestelde groepen; onder goed en stabiel management zie je steeds minder verstoord gedrag, steeds meer harmonie en steeds wisselende rollen in de groep. Zoals ik al eerder aangaf; paarden zijn energiezuinig en vermijden daarom conflict en daarbij behorend agressief gedrag. Het is dus ook onnodig om dit op te zoeken in de training met paarden, als je dicht bij het natuurlijke gedrag wil staan. Zoek liever echte harmonie op, geef ruimte aan de grenzen van het paard en diens behoeftes, laat nieuwsgierigheid toe en áls het paard dan ongewenst gedrag laat zien, vraag je dan af waarom dat echt is, wat het paard je probeert aan te geven. Want zoals je nu weet is dat dus geen dominantie.



